Tekst
Lettertype

Jumpers knee

Gewijzigd op 13 oktober 2026
Inhoudsopgave Toon

Jumper’s knee (patellatendinopathie)

Heeft u pijn net onder uw knieschijf tijdens springen, sprinten, traplopen of krachttraining? Dan kan er sprake zijn van een jumper’s knee, ook wel springersknie of patellatendinopathie genoemd.

Een jumper’s knee is een belastinggerelateerde klacht van de patellapees. Deze pees verbindt de knieschijf met het scheenbeen en verwerkt tijdens springen, landen en sprinten grote krachten.

De behandeling bestaat vooral uit het tijdelijk aanpassen van provocerende belasting en het vervolgens gericht opbouwen van kracht, sprongbelasting en sportspecifieke activiteiten.

Wat is een jumper’s knee?

De patellapees loopt van de onderzijde van de knieschijf naar het scheenbeen.

Samen met de quadriceps en knieschijf vormt deze pees een belangrijk onderdeel van het strekmechanisme van de knie.

De patellapees wordt zwaar belast tijdens:

  • springen;
  • landen;
  • sprinten;
  • afremmen;
  • traplopen;
  • squats;
  • lunges.

Bij patellatendinopathie raakt de capaciteit van de pees onvoldoende afgestemd op de belasting die ervan wordt gevraagd.

De klacht ontstaat meestal geleidelijk.

Is een jumper’s knee een peesontsteking?

Niet in de klassieke betekenis.

De term patellapeesontsteking wordt nog veel gebruikt, maar langdurige patellapeesklachten worden beter aangeduid als tendinopathie.

Bij een tendinopathie kunnen veranderingen ontstaan in onder andere:

  • structuur van de pees;
  • gevoeligheid;
  • peescellen;
  • belastbaarheid van het peesweefsel.

Een eenvoudige ontsteking is dus geen volledige verklaring.

Daarom wordt de behandeling ook niet primair gericht op het ‘weghalen van ontsteking’, maar op het herstellen van belastbaarheid.

Waar zit de pijn?

De meest kenmerkende pijn zit lokaal aan de onderrand van de knieschijf, waar de patellapees begint.

De pijn is meestal goed aan te wijzen met één vinger.

Typisch is dat de pijn toeneemt wanneer de kniepees harder moet werken.

Bijvoorbeeld tijdens:

  • springen;
  • landen;
  • sprinten;
  • versnellen;
  • diep squatten;
  • traplopen.

Bij sommige mensen zit de pijn lager in de patellapees, maar proximale pijn bij de onderste pool van de knieschijf komt het meest voor.

Symptomen van jumper’s knee

Veelvoorkomende klachten zijn:

  • lokale pijn onder de knieschijf;
  • drukgevoeligheid van de patellapees;
  • pijn bij springen;
  • pijn tijdens sprinten;
  • pijn bij squats en lunges;
  • pijn bij traplopen;
  • pijn na zware sportbelasting.

De pijn is meestal duidelijk belastingafhankelijk.

Bij relatief lichte klachten is dagelijkse beweging vaak goed mogelijk, terwijl zware sportbelasting wel pijn veroorzaakt.

Hoe ontstaat een jumper’s knee?

Meestal ontstaat de klacht wanneer de hoeveelheid of intensiteit van peesbelasting sneller toeneemt dan de pees zich kan aanpassen.

Voorbeelden zijn:

  • plotseling meer springen;
  • vaker trainen;
  • meer wedstrijden;
  • extra sprinttraining;
  • zwaardere krachttraining;
  • hervatten van sport na een rustige periode;
  • sterk verhogen van trainingsintensiteit.

Er bestaat meestal niet één afzonderlijke oorzaak.

De verhouding tussen belasting en belastbaarheid staat centraal.

Welke sporters krijgen vaker patellapeesklachten?

Jumper’s knee komt relatief vaak voor bij sporten met veel explosieve kniebelasting.

Bijvoorbeeld:

  • volleybal;
  • basketbal;
  • voetbal;
  • handbal;
  • atletiek;
  • CrossFit;
  • krachttraining.

Vooral sporten met veel herhaalde sprongen kennen relatief veel patellapeesklachten.

Dat betekent niet dat springen slecht is voor de pees.

De pees moet alleen voldoende voorbereid zijn op de hoeveelheid en intensiteit van die belasting.

Risicofactoren

Verschillende mogelijke risicofactoren zijn onderzocht.

Er zijn aanwijzingen voor verbanden met onder andere:

  • veel sport- en sprongbelasting;
  • hoger lichaamsgewicht;
  • bepaalde kenmerken van enkelmobiliteit;
  • bepaalde fysieke eigenschappen van springende sporters.

Voor veel andere factoren is het bewijs beperkt of tegenstrijdig.

Het is daarom te eenvoudig om jumper’s knee toe te schrijven aan bijvoorbeeld:

  • één verkeerde landingstechniek;
  • zwakke bilspieren;
  • harde ondergrond;
  • verkeerde schoenen.

Bij de behandeling wordt gekeken naar het totale belastingsprofiel van de individuele sporter.

Jumper’s knee of patellofemorale pijn?

Pijn rondom de knieschijf hoeft niet vanuit de patellapees te komen.

Bij patellofemorale pijn is de pijn vaak meer verspreid rondom of achter de knieschijf.

Bij patellatendinopathie is de pijn juist meestal:

  • zeer lokaal;
  • aan de onderste pool van de knieschijf;
  • duidelijk gekoppeld aan zware belasting van de knie-extensoren.

Deze aandoeningen kunnen soms op elkaar lijken en vragen een andere benadering.

Hoe wordt jumper’s knee vastgesteld?

Patellatendinopathie is in de eerste plaats een klinische diagnose.

Kenmerkend zijn:

  • belastinggerelateerde pijn;
  • pijn aan de onderrand van de knieschijf;
  • herkenbare pijn bij druk;
  • herkenbare pijn tijdens peesbelastende oefeningen.

Een veelgebruikte test is de single-leg decline squat.

Daarbij wordt gekeken of een eenbenige squat op een schuine ondergrond de herkenbare lokale peespijn oproept.

Geen enkele test staat volledig op zichzelf.

Is een echo nodig?

Meestal niet direct.

Bij een typisch klachtenpatroon kan vaak eerst met een behandelprogramma worden gestart.

Een echo kan worden overwogen wanneer:

  • de diagnose onzeker is;
  • andere peespathologie wordt vermoed;
  • na een goed oefentraject nauwelijks verbetering optreedt.

Op een echo kunnen bijvoorbeeld verdikking of structurele veranderingen van de pees zichtbaar zijn.

Belangrijk is dat dergelijke afwijkingen ook voorkomen bij mensen zonder pijn.

Een echo behandelt daarom niet de scan, maar ondersteunt hoogstens de klinische beoordeling.

Fysiotherapie bij jumper’s knee

Oefentherapie vormt de kern van de behandeling.

Een behandelprogramma kan grofweg worden opgebouwd in verschillende fasen:

  1. belasting en pijn leren reguleren;
  2. kracht en capaciteit opbouwen;
  3. snelle peesbelasting en springen toevoegen;
  4. terugkeer naar volledige sportbelasting.

Welke oefeningen worden gebruikt hangt af van uw klachten, sport en trainingsniveau.

Hoe lang duurt het herstel?

Peesherstel kost meestal tijd.

Een gericht oefenprogramma wordt doorgaans ten minste meerdere maanden opgebouwd.

Bij langdurige klachten kan het traject langer duren.

De Nederlandse multidisciplinaire richtlijn adviseert bij patellatendinopathie in ieder geval een gestructureerd progressief oefenprogramma van minimaal 12 weken voordat aanvullende behandelingen worden overwogen.

Een exacte einddatum kan vooraf niet worden voorspeld.

Helpt shockwave?

Shockwave wordt soms gebruikt bij langdurige patellapeesklachten.

Het kan bij sommige patiënten een aanvullende optie zijn wanneer een goed uitgevoerd oefenprogramma onvoldoende resultaat heeft.

De wetenschappelijke resultaten zijn echter niet volledig eenduidig.

Daarom hoort shockwave niet de plaats in te nemen van progressieve oefentherapie.

Veelgestelde vragen over jumper’s knee

Wat is een jumper's knee?

Is een jumper's knee een ontsteking?

Mag ik sporten met jumper's knee?

Welke oefeningen zijn het beste?

Helpt volledige rust?

Heb ik een echo nodig?

Hoe lang duurt herstel?

Weer springen en sporten zonder patellapeespijn?

Heeft u pijn onder de knieschijf tijdens springen, sprinten of krachttraining? Onze fysiotherapeuten en sportfysiotherapeuten onderzoeken of uw klachten passen bij patellatendinopathie en stellen een gericht programma op voor kracht, sprongbelasting en terugkeer naar sport.

Plan een afspraak bij B&B Healthcare

Afspraak maken

Over de auteur

Sander Brok

Oprichter / sportfysiotherapeut BIG-nummer: 89912872204

Sander Brok is afgestudeerd sportfysiotherapeut en tevens eigenaar van B&B Healthcare. Zijn interesse ligt breed in de zorg. Bekijk profiel