Ziekte van Kienbock

Wat is de ziekte van Kienbock?

De overgang van de arm naar de hand wordt gevormd door de handwortelbeentjes, bij de ziekte van Kienbock is een van deze botjes, het os lunatum, aangedaan. Door onbekende reden is de bloedvoorziening naar dit botje verminderd waardoor het te weinig of geen bloed krijgt. Het bot wordt hierdoor zachter en zwakker en kan uiteindelijk inzakken. Als dit gebeurt verschuiven de omliggende botjes met slijtage (artrose) in de omliggende gewrichten als resultaat. Pijn en een verminderde handfunctie zijn het gevolg.

Symptomen bij Kienbock

  • Stijfheid van de pols.
  • Wanneer de ziekte in een later stadium komt, ontstaat er een verminderde beweeglijkheid van de pols en pijn aan de rugzijde van de pols in het midden. Dit gebied is tevens drukpijnlijk.
  • Pijn en zwelling aan de rugzijde van de pols in het midden, soms uitstralend naar de onderarm.
  • Krachtverlies.
  • Verergering van de klachten bij inspanning en handenarbeid.

Oorzaken van ziekte van Kienbock

Hoe het probleem in de doorbloeding ontstaat is niet volledig duidelijk. Wel is bekend dat de ziekte vaker voor komt bij mensen met een verkorte ellepijp of bij een afwijkende vorm van het os lunatum. Tevens heeft een trauma van de hand of pols in de voorgeschiedenis mogelijk invloed op het ontwikkelen van de ziekte van Kienbock. De ziekte van Kienbock komt het meest voor bij mannen tussen de 20 en de 40 jaar.

Diagnose

Om de diagnose te stellen zal de arts of fysiotherapeut de klachten met u bespreken en een lichamelijk onderzoek doen. Een röntgenfoto kan het beeld bevestigen, hierop wordt gekeken of er afwijkingen te zien zijn aan het bot en de omliggende gewrichten. In de begin fase kan het zijn dat er nog geen afwijkingen te zien zijn een MRI kan dan de ziekte bevestigen.  Op een MRI kan en beeld gevormd worden over de bloedvoorziening. Soms wordt er ook een CT-scan of botscan gedaan.

Behandeling

  • Conservatief: In een vroeg stadium is rust een optie. Een spalk wordt dan gebruikt om rust te geven aan het gewricht.
  • Operatief; Er zijn 2 operaties mogelijk afhankelijk van de ernst van de klachten en de gevonden afwijkingen.

Vroege fase:

  • Verkorten van de radius (zodat deze even lang wordt als de ulna)
  • Revascularisatie, het verzorgen van een nieuwe bloedvoorziening naar het os lunatum. Dit doen we met behulp van een bottransplantaat uit het spaakbeen.

Deze twee operaties zijn gericht op het voorkomen of vertragen van de voortzetting van de aandoening. Het kraakbeen van het lunatum en de omliggende botten moeten dus nog goed zijn.

Late fase: deze operaties kunnen de pijnklachten verminderen als het kraakbeen al is aangetast, wanneer het maanvormig bot gebarsten is of een fors hoogteverlies laat zien:

  • Weghalen van de eerste rij handwortelbeentje (proximale rij carpectomie).
  • Vastzetten van de pols met behulp van een metalen plaat (polsartrodese).
  • Totale polsprothese.

Na de operatie zal u verwezen worden naar een handtherapeut om u te begeleiden bij het herstel.