Tekst
Lettertype

Sportblessures na de winterstop

Gewijzigd op 9 januari 2026
Inhoudsopgave Toon

Sportblessures na de winterstop: waarom je lijf “even moet wakker worden” (en hoe je dat slim aanpakt)

Je kent het wel. Het is weer januari, de competitie start, de groepsapp ontploft (“Zondag volle bak!”), je schoenen liggen klaar en in je hoofd ben je alweer net zo fit als vóór de winterstop. Alleen: je lijf heeft dat memo nog niet gehad.

In de praktijk zien we het ieder jaar terug: precies in de eerste weken na de winterstop schieten de sportblessures omhoog. Niet omdat je “zwak” bent, maar omdat je lichaam even moet schakelen. Het goede nieuws: met een paar simpele keuzes kun je veel ellende voorkomen, zónder dat je ineens als een monnik moet leven.

Waarom juist na de winterstop zoveel blessures ontstaan

De winterstop is vaak een mix van minder trainen, anders trainen, en… tja, ook gewoon leven. Feestdagen, kou, minder daglicht, drukte. Je beweegt nog wel, maar meestal minder explosief, minder intens en minder vaak. En dan ga je ineens weer:

  • sprinten alsof het september is
  • duels in alsof je nooit bent gestopt
  • volle wedstrijden spelen met “wedstrijdspanning”, oftewel te fanatiek

Dat is precies waar het mis kan gaan na zo’n winterstop!

Minder conditie en spierkracht (ook als je “wel wat hebt gedaan”)

Je kunt best een paar keer hebben hardgelopen of in de gym hebben gestaan, maar teamsport is een andere wereld. Korte sprints, stoppen-starten, draaien, springen, duwen/trekken… Dat vraagt veel van je spieren en pezen. Als die prikkel een tijdje lager is geweest, is je belastbaarheid óók wat lager.

Te snel willen pieken

Veel sporters willen meteen weer “op niveau” zijn. Eerste training? Vol meedoen. Eerste wedstrijd? Alles geven. En eerlijk: dat voelt ook lekker. Tot je op dinsdag die trap af loopt en denkt: waarom doet mijn hamstring alsof ‘ie is gekrenkt?

Kou + stijve spieren + onregelmatig trainen

Koude spieren zijn net elastiek dat in de koelkast heeft gelegen: het rekt minder makkelijk. Als je warming-up dan “even snel” is, of je traint onregelmatig (week wel, week niet), wordt de overgang groter. En dan krijg je sneller irritatieklachten.

Je hoeft niet “geblesseerd genoeg” te zijn om advies te vragen. Onze sportfysio's staan voor je klaar! Afspraak maken

De klassiekers: veelvoorkomende blessures na de winterstop

Geen medische praat — gewoon de dingen die wij elk jaar weer langs zien komen.

Spierverrekkingen (hamstrings en kuiten)

Vooral bij voetbal, hockey, tennis/padel en sprintjes in de gym. Vaak gebeurt het bij:

  • een sprint uit stilstand
  • een snelle richtingverandering
  • een “ik ga er nog nét even langs”-actie
  • je voelt ineens een scherpe trek of een “pang”-gevoel. Soms kun je nog door, soms totaal niet.

Knieklachten

Knieën krijgen veel te verduren bij draaien, landen en afremmen. Na de winterstop zien we vaak:

  • zeurende pijn rondom of achter de knieschijf
  • stijfheid na training
  • irritatie bij traplopen of hurken
  • Niet meteen paniek, maar wel een signaal dat je belasting sneller stijgt dan je knie fijn vindt.

Achillespeesklachten

Hardlopers kennen het, maar ook zaal- en veldsporters. Vaak begint het met:

  • stijfheid bij de eerste stappen
  • “opstartpijn” die later wat wegtrekt
  • gevoeligheid na training of ’s ochtends

Meestal is het geen “plotselinge” blessure, maar een irritatie die langzaam opbouwt als je te snel te veel doet.

Liesklachten

Typisch bij voetbal en hockey (veel draaien, schieten, passen). Liesklachten komen vaak sluipend:

  • beetje zeur na training
  • trekkend gevoel bij schieten of versnellen
  • opeens merk je dat je je pas inhoudt

En ja: liesklachten negeren maakt ’m zelden blijer.

Schouderklachten bij overhead sporten

Tennis, padel, fitness (boven je hoofd drukken), crossfit: schouders krijgen in korte tijd veel herhalingen. Dan kun je last krijgen van:

  • zeurende pijn bij slaan/drukken
  • stijf gevoel bij bovenhands bewegen
  • “ik voel ‘m ergens voorin”

Vaak is het een combinatie van te snel opbouwen + beperkte mobiliteit + te weinig kracht/controle.

Typische denkfouten (die we allemaal maken)

Even kijken of je jezelf herkent:

  1. Het zal wel meevallen”. Spoiler: soms wel, maar je lichaam geeft niet voor niks een seintje.
  2. Even doorbijten”. Doorbijten is top… als het spierpijn is. Niet als het elke training erger wordt!
  3. Vroeger had ik ook geen warming-up nodig”. Dat geloven we ook direct en dat is ook deels waar. Maar vroeger at je ook een frikandel speciaal en ging je daarna sprinten zonder problemen. Je lichaam houdt tegenwoordig iets meer administratie bij.
  4. Ik moet gewoon even ‘erin komen’.” Eens. Maar ‘erin komen’ betekent opbouwen, niet meteen pieken.

Zo voorkom je gedoe: praktische tips die wél haalbaar zijn

Geen perfecte schema’s. Gewoon slim en verstandig!

1. Warming-up: kort & effectief (8–12 minuten)

Doe dit vóór je sport:

  • 2 minuten rustig in beweging komen (joggen, dribbelen, fietsen)
  • 3–4 minuten dynamisch losmaken (heupen, enkels, hamstrings, kuiten)
  • 3–4 minuten activeren (lunges, kniehef, hakken-billen, zijwaarts)
  • 1–2 minuten sportspecifiek: 3–5 korte versnellingen of rally’s op 60–80%

Onze tip: je warming-up is goed als je licht warm bent en denkt: oké, ik ben “aan”.

2. Luister naar signalen (zonder meteen drama te maken)

Gebruik deze mini-check:

  • Groen: normale spierpijn, wordt warm beter → prima
  • Oranje: pijn die terugkomt bij dezelfde actie → aanpassen
  • Rood: scherpe pijn, mank lopen, steeds erger → stop en laat ernaar kijken

En let op: pijn die je techniek verandert (“ik ga raar lopen/slaan”) is vaak het moment dat het misgaat.

3. Wanneer rust wél slim is

Rust is niet “opgeven”. Rust is soms precies de training die je nodig hebt om door te kunnen. Rust is slim als:

  • je klacht elke training eerder begint
  • je na training stijver wordt in plaats van losser
  • je ’s nachts of ’s ochtends duidelijk meer last hebt
  • je compenseert (andere spieren gaan het overnemen)

Vaak is 2–4 dagen slim aanpassen beter dan 6 weken eruit.

4. Doe één klein “onderhoudsmoment” per week

Als je één ding meeneemt uit deze blog, laat het dit zijn:

  • Plan 20–30 minuten per week voor kracht en mobiliteit van je zwakke schakels. Denk aan: heupen, kuiten, hamstrings, bilspieren, core, schouders.

Je hoeft geen bodybuilder te worden. Je moet alleen je lijf weer “wedstrijd-proof” maken.

Hoe B&B Healthcare je kan helpen na de winterstop

Bij B&B Healthcare kijken we niet alleen naar “waar het pijn doet”, maar vooral naar waarom het nu gebeurt en hoe jij zo snel mogelijk weer veilig kunt sporten. Soms is dat een paar slimme aanpassingen in je training. Soms zetten we extra tools in om het herstel te ondersteunen. Wat we vaak doen bij sportblessures die ontstaan na de winterstop:

  • Sportfysio-check & plan: we brengen in kaart wat jouw sport vraagt (sprinten, draaien, springen, overhead) en maken een plan om belastbaarheid weer op te bouwen. Bij sommige klachten kunnen wij aanvullend echografie inzetten om meer inzicht te krijgen.
  • Kracht, controle & mobiliteit: gericht trainen op de zwakke schakels (heupen, kuiten, hamstrings, core, schouderblad). Niet eindeloos rekken, wel slim sterker worden.
  • Return-to-sport begeleiding: stap voor stap terug naar trainen en wedstrijden, met duidelijke grenzen: wat mag, wat liever nog niet, en hoe bouw je op?

Je motivatie is goud waard. Hou ‘m vast! Alleen: zet dit in met beleid. Je hoeft niet bang te zijn voor blessures, maar je hoeft ook niet te doen alsof je lichaam een machine is die je na twee weken pauze direct op “turbo” zet.

— Jordy van Tol - Sportfysiotherapeut

Over de auteur

Sander Brok

Sportfysiotherapeut

Sander Brok is afgestudeerd sportfysiotherapeut en tevens eigenaar van B&B Healthcare. Zijn interesse ligt breed in de zorg. Bekijk profiel