Tekst
Lettertype

Epifysiolysis capitis femoris

Gewijzigd op 14 oktober 2026
Inhoudsopgave Toon

Epifysiolysis capitis femoris (ECF)

Loopt uw kind plotseling of geleidelijk mank en heeft het pijn in de heup, lies, bovenbeen of zelfs alleen in de knie? Dan kan in zeldzame gevallen sprake zijn van epifysiolysis capitis femoris (ECF).

Deze aandoening wordt internationaal slipped capital femoral epiphysis (SCFE) genoemd.

Bij ECF verschuift de verhouding tussen de heupkop en de bovenkant van het dijbeen ter hoogte van de nog open groeischijf. De aandoening komt vooral voor bij kinderen en adolescenten tijdens de groeispurt.

ECF vraagt snelle medische beoordeling. Wanneer de diagnose wordt vermoed, moet het been worden ontlast en is beoordeling door een kinderorthopedisch of orthopedisch team nodig.

Wat is epifysiolysis capitis femoris?

De heupkop bevindt zich boven op het dijbeen en ligt in de heupkom.

Bij kinderen en jongeren bevindt zich tussen de heupkop en de hals van het dijbeen nog een groeischijf.

Bij ECF ontstaat een verschuiving ter hoogte van deze groeischijf.

Vaak wordt gezegd dat de heupkop naar achteren en beneden ‘afglijdt’. Anatomisch blijft de heupkop echter grotendeels in de heupkom liggen en verplaatst het bovenste deel van het dijbeen zich ten opzichte van de heupkop.

Hierdoor verandert de vorm van de overgang tussen heupkop en femurhals.

Op welke leeftijd komt ECF voor?

ECF ontstaat vooral tijdens de groeispurt.

De aandoening wordt meestal gezien bij kinderen en adolescenten rond de puberteit.

Globaal komt ECF vaak voor rond:

  • 11 tot 14 jaar bij meisjes;
  • 12 tot 15 jaar bij jongens.

De precieze leeftijd verschilt.

Wanneer ECF op opvallend jonge leeftijd, op latere adolescentenleeftijd of bij een kind zonder de gebruikelijke risicofactoren ontstaat, kan aanvullend onderzoek naar een onderliggende hormonale of andere medische aandoening nodig zijn.

Waardoor ontstaat ECF?

De precieze oorzaak is niet volledig bekend.

Waarschijnlijk ontstaat ECF door een combinatie van:

  • mechanische belasting van de groeischijf;
  • biologische veranderingen tijdens de groeispurt;
  • individuele anatomie;
  • hormonale factoren.

Een hoger lichaamsgewicht is een belangrijke geassocieerde risicofactor.

Ook bepaalde endocriene aandoeningen kunnen het risico verhogen.

Denk bijvoorbeeld aan aandoeningen van:

  • schildklier;
  • hypofyse;
  • bijschildklieren.

Ook bepaalde nierziekten en behandeling met groeihormoon kunnen samenhangen met een verhoogd risico.

Dat betekent niet dat ieder kind met ECF een hormonale aandoening heeft.

Symptomen van epifysiolysis capitis femoris

De klachten kunnen geleidelijk maar ook plotseling ontstaan.

Mogelijke symptomen zijn:

  • mank lopen;
  • pijn in de lies;
  • pijn in de heup;
  • pijn in het bovenbeen;
  • kniepijn;
  • voet of been dat meer naar buiten draait;
  • minder beweeglijkheid van de heup;
  • moeite met sporten;
  • moeite met staan of lopen.

Opvallend is dat de pijn soms vooral in de knie wordt gevoeld.

Daardoor kan de echte oorzaak in de heup gemakkelijk worden gemist.

Kniepijn door een probleem in de heup

Bij kinderen en adolescenten moet onverklaarde kniepijn soms aanleiding zijn om ook de heup te onderzoeken.

ECF is daar een belangrijk voorbeeld van.

Het kind kan pijn aangeven rond de knie terwijl lichamelijk onderzoek van de knie weinig afwijkingen laat zien.

Wanneer dit samengaat met:

  • mank lopen;
  • verminderde heupbeweging;
  • naar buiten gedraaid lopen,

moet een heupprobleem worden overwogen.

Stabiele ECF

Een belangrijke classificatie is het onderscheid tussen stabiele en instabiele ECF.

Bij een stabiele ECF kan het kind nog op het aangedane been staan of lopen.

Dat mag eventueel met behulp van krukken zijn.

Stabiel betekent niet dat de aandoening ongevaarlijk is.

Ook een stabiele ECF moet snel worden behandeld om verdere afglijding te voorkomen.

Instabiele ECF

Bij een instabiele ECF kan het kind niet meer op het aangedane been staan of lopen, ook niet met hulpmiddelen.

De pijn is vaak duidelijker en de klachten kunnen plotseling zijn ontstaan of sterk zijn toegenomen.

Een instabiele ECF is ernstiger omdat het risico op beschadiging van de bloedvoorziening van de heupkop veel groter is.

Dit kan leiden tot avasculaire necrose, waarbij botweefsel van de heupkop beschadigd raakt door onvoldoende bloedtoevoer.

Kan ECF plotseling ontstaan?

Ja.

Sommige kinderen hebben eerst weken of maanden mildere klachten en krijgen daarna plotseling veel meer pijn, bijvoorbeeld na een val of draaibeweging.

Dit wordt soms een acute verergering van een langer bestaande afglijding genoemd.

Andere kinderen presenteren zich vrijwel direct met ernstige klachten.

Het onderscheid tussen stabiel en instabiel is voor het behandelbeleid en de prognose meestal belangrijker dan alleen hoe lang de klachten bestaan.

Hoe wordt ECF vastgesteld?

De arts combineert:

  • klachtenverhaal;
  • lichamelijk onderzoek;
  • röntgenonderzoek.

Bij onderzoek wordt onder andere gekeken naar:

  • looppatroon;
  • heupmobiliteit;
  • endorotatie;
  • beenstand;
  • mogelijkheid om te belasten.

Daarna worden doorgaans röntgenfoto’s van het bekken en beide heupen gemaakt.

Waarom wordt de heupkop niet gewoon teruggezet?

Bij een stabiele ECF kan krachtig terugplaatsen de kwetsbare bloedvoorziening rond de heupkop beschadigen.

Daarom wordt bij veel stabiele afglijdingen gekozen voor fixatie in de bestaande positie.

Bij ernstige of instabiele afglijdingen kunnen andere operatietechnieken worden overwogen.

Welke procedure het meest geschikt is hangt af van:

  • stabiliteit;
  • ernst van de afglijding;
  • leeftijd;
  • anatomie;
  • ervaring van het behandelcentrum.

Voor complexere ECF bestaat niet voor iedere situatie één universeel beste operatietechniek.

Revalidatie na een ECF-operatie

Na de operatie bepaalt de orthopedisch chirurg hoeveel het been mag worden belast.

Dit hangt af van:

  • type operatie;
  • ernst van de afglijding;
  • stabiliteit;
  • eventuele complicaties.

In eerste instantie kunnen krukken noodzakelijk zijn.

Daarna wordt de belasting geleidelijk opgebouwd.

Veelgestelde vragen over epifysiolysis capitis femoris

Wat is epifysiolysis capitis femoris?

Kan ECF alleen kniepijn geven?

Moet ECF altijd geopereerd worden?

Mag een kind met vermoedelijke ECF blijven lopen?

Kan de andere heup ook ECF krijgen?

Kan fysiotherapie ECF behandelen?

Revalideren na epifysiolysis capitis femoris?

Een verdenking op ECF hoort niet eerst fysiotherapeutisch behandeld te worden. Een kind of adolescent met mank lopen en onverklaarde heup-, lies-, bovenbeen- of kniepijn moet medisch worden beoordeeld.

Is ECF operatief behandeld en heeft de orthopedisch chirurg toestemming gegeven om te revalideren? Dan kunnen onze fysiotherapeuten begeleiden bij het herstellen van looppatroon, beweging, kracht en uiteindelijk sportbelasting.

Plan na medische behandeling een afspraak bij B&B Healthcare

Afspraak maken

Over de auteur

Sander Brok

Oprichter / sportfysiotherapeut BIG-nummer: 89912872204

Sander Brok is afgestudeerd sportfysiotherapeut en tevens eigenaar van B&B Healthcare. Zijn interesse ligt breed in de zorg. Bekijk profiel